Brug Kootsterstille
infrastructuur
De huidige brug bij Kootstertille over het Prinses Margrietkanaal, die aan het einde van de levensduur is, moet worden vervangen. Om deze reden heft de Rijkswaterstaat ons de opdracht gegeven om een ruimtelijke visie te maken voor een nieuwe brug.
Korte geschiedenis
De naam Kootstertille komt van Kootster tille, de (hoge) brug bij Kooten. Het gehucht Kooten bestond oorspronkelijke uit een langgerekt lintdorp. Het buurtschap Kootstertille ontstond rondom de brug over het oude Kolonelsdiep. De brug over het Kolonelsdiep heeft in de loop van de tijd vele gedaanten gehad. Begonnen als een vaste brug (tot 1800), daarna een valbrug en vervolgens een houten draaibrug (vanaf 1865). In 1882 werd de Provincie Fryslân eigenaar van de brug en werd de houten draaibrug vervangen door een ijzeren draaibrug. Deze brug bleef tot 1940 in gebruik. Rond 1930 besluiten de Provinciale staten van Groningen en Fryslân om de vaarweg Lemmer-Groningen uit te breiden en te verbeteren. Dat betekende voor Kootstertille dat het kanaal rondom het dorp zou worden gegraven en ook de doorgaande weg om het dorp heen zou worden geleid. De brug, kruising van beiden, kwam daarmee op een heel andere plek, buiten het dorp te liggen, waar de brug voorheen het centrum van Kootstertille vormde. In 1940 was het kanaal ter plaatse van Kootstertille gereed. De uitgegraven grond van het nieuwe kanaal (Prinses Margrietkanaal)
Studie
de ruimtelijke kwaliteiten van het gebied en vijf mogelijke alternatieven voor vervanging van de bestaande brug over het Prinses Margrietkanaal. De huidige ophaalbrug heeft een herkenbare identiteit binnen de reeks bruggen over het kanaal en vormt een belangrijk oriëntatiepunt voor de lokale gemeenschap. Tegelijkertijd kent de brug nadelen, zoals beperkte zichtlijnen voor schippers, onderbreking van natuurvriendelijke oevers en een inrichting die niet optimaal aansluit op de gewenste vaarwegveiligheid.
Bij de beoordeling van nieuwe oplossingen staan drie gebruikers centraal: de scheepvaart, het wegverkeer op de N369 en langzaam verkeer zoals fietsers en voetgangers. Belangrijke uitgangspunten zijn een veilige en herkenbare vaarroute, vrij uitzicht over water en landschap, behoud van recreatieve wandel- en fietsroutes en een goede landschappelijke inpassing met versterking van groene en ecologische structuren.
de ruimtelijke kwaliteiten van het gebied en vijf mogelijke alternatieven voor vervanging van de bestaande brug over het Prinses Margrietkanaal. De huidige ophaalbrug heeft een herkenbare identiteit binnen de reeks bruggen over het kanaal en vormt een belangrijk oriëntatiepunt voor de lokale gemeenschap. Tegelijkertijd kent de brug nadelen, zoals beperkte zichtlijnen voor schippers, onderbreking van natuurvriendelijke oevers en een inrichting die niet optimaal aansluit op de gewenste vaarwegveiligheid.
Bij de beoordeling van nieuwe oplossingen staan drie gebruikers centraal: de scheepvaart, het wegverkeer op de N369 en langzaam verkeer zoals fietsers en voetgangers. Belangrijke uitgangspunten zijn een veilige en herkenbare vaarroute, vrij uitzicht over water en landschap, behoud van recreatieve wandel- en fietsroutes en een goede landschappelijke inpassing met versterking van groene en ecologische structuren.
Vijf alternatieven zijn onderzocht: twee
vaste hoge bruggen met een doorvaarthoogte van 9,1 meter, een beweegbare brug
van 9,1 meter, een beweegbare brug van 7,4 meter en een aquaduct. De hoge
bruggen beperken het aantal brugopeningen, maar vragen omvangrijke taluds en
hebben een grotere ruimtelijke impact. Het aquaduct voorkomt verkeershinder
voor scheepvaart en wegverkeer, maar heeft hoge kosten, een groot ruimtebeslag
en een minder aantrekkelijke route voor langzaam verkeer.
De studie concludeert dat de beweegbare brug met een doorvaarthoogte van 7,4 meter vanuit ruimtelijke kwaliteit de beste balans biedt tussen bereikbaarheid, landschappelijke inpassing, comfort voor fietsers en voetgangers en behoud van de identiteit van Kootstertille. Belangrijk aandachtspunt bij verdere uitwerking is het beperken van de visuele en ruimtelijke impact van de basculekelder.
De studie concludeert dat de beweegbare brug met een doorvaarthoogte van 7,4 meter vanuit ruimtelijke kwaliteit de beste balans biedt tussen bereikbaarheid, landschappelijke inpassing, comfort voor fietsers en voetgangers en behoud van de identiteit van Kootstertille. Belangrijk aandachtspunt bij verdere uitwerking is het beperken van de visuele en ruimtelijke impact van de basculekelder.
jaar 2024
type verkenning
locatie Koostertille
status opgeleverd
cliënt Rijkswaterstaat
team Jeroen Mensink, André de Hoop, Salomé Suarez, Inge Paessens, Alexandra Deffner, Sanne Mul, Luuk Tondeur
fotograaf Antea Group

